Stille Feestdagen

Ze begon spontaan een gesprek. We stonden beiden te wachten voor het stoplicht. Sommige mensen kom je zo geregeld tegen dat je het gevoel hebt elkaar te kennen. Maar dat is alleen van gezicht. Je zou niet weten hoe ze heten. Dat gold ook voor haar, een kleinere, vrij tengere buurtbewoonster op leeftijd. Op haar rollator een lichtblauw-met-wit-gespikkelde fietsbel. In het mandje een doorzichtige draagtas met kleurige knotten wol. De handwerkwinkel hield uitverkoop, ze had nog het een en ander voordelig aangeschaft.

Bij de buren is een kleintje geboren. Ze leeft mee met het jonge gezin, vindt het heerlijk om die kinderstemmen in de tuin te horen. Graag heeft ze wat om handen, daarom gaat ze een babytruitje breien Geraniums, ze heeft er altijd al een hekel aan gehad. Moet er niet aan denken om er achter te gaan zitten, al heeft ze er de leeftijd voor.

Ze wees naar mijn hond. Haar eigen hondje was er niet meer. Zestien jaar was hij geworden, een mooie leeftijd, maar het gemis is groot. Daarom had ze twee weken geleden een taxi gebeld en zich naar het asiel laten brengen. En weer naar huis. Mét een nieuwe huisgenoot, een zwarte kater met een witte snor. Zijn baasje was naar het verpleeghuis en kon niet meer voor hem zorgen. Het is een allerliefst beestje dat haar de hele dag achterna loopt en spinnend op een kussen naast haar op de bank ligt.

Oude vriendinnen spreekt ze alleen nog aan de telefoon. Niemand neemt nog zelfstandig de tram en de trein om buiten de stad op bezoek te gaan. Allemaal zijn ze afhankelijk geworden van goedwillende zonen, dochters en nichtjes die een dag vrij kunnen nemen uit hun drukke bestaan om hen bij elkaar te brengen. Wat goed dat u zo goed alleen kunt zijn, had haar schoondochter laatst nog bewonderend gezegd. In hetzelfde telefoongesprek waarin ze meldde dat ze met Dirk-Jan en hun beide kinderen met de Feestdagen gingen skiën. Ze hadden zo hard gewerkt, ze namen het ervan. Voor de scholen weer begonnen, zouden ze zeker een dagje op bezoek komen om met oma het nieuwe jaar in te luiden.

We waren allang aan de overkant van de straat beland, hielden stil. Ze vertelde over vroeger, toen de keuken op eerste Kerstdag het domein van haar man was. Verboden terrein voor de rest van het gezin. Dan mengden de geuren in huis zich: van de kerststol, de stoofschotels, de traditionele custardpudding en de hoge met rode en zilveren ballen versierde kerstboom. Dat was een mooie traditie. Toen liep ze verder. Met haar knotten wol naar haar kat. Stille feestdagen tegemoet.