dat iedereen nog leefde. Toen ook de kat pas aan zijn allereerste leven was begonnen….
Asides
Zo’n wijk dus…
ZO’N WIJK DUS
In de wijk waarin ik woon hebben kinderen namen als Merlijn en Elodie. We zijn een nette-mensen-wijk. Gegoed. Met een tikkeltje “cacque”. Weinig sportschoollijven. Weinig zonnebankbruine hoofden. Weinig Bijenkorf-goud. Weinig – althans zichtbare – tatoeages.
Onder de kastanjeboom organiseren we wijkborrels en straatfeesten, die we allemaal trouw bezoeken. Geven een professionele wijkkrant uit die we ook echt allemaal lezen. We groeten elkaar op straat. En verschuilen ons in onze huizen achter metershoge hagen. Zodat insluipers ongezien verstoppertje kunnen spelen. Waarvoor we elkaar dan weer waarschuwen via onze wijk-App. Want je ziet zó wie hier niet thuis hoort: met zo’n gedeukt busje, zo’n sweater met een capuchon over zijn hoofd, zo’n zwartleren jack van 13-in-een-dozijn…
Slechts een enkeling ervaart ons leven om de hoek van de grote stad als een jungle. Dat zijn de jeeprijders van onze wijk. Slechts een enkeling is in staat om zijn verzakte tegelpad eigenhandig recht te leggen. De anderen huren daarvoor mannen van buiten de wijk in, die gewend zijn om met hun handen te werken.
Wij werken vooral met ons hoofd. Wij hebben goed gevulde boekenkasten. En echte kunst aan de muur. Piano’s en muziekstandaards in onze woonkamers. Goed zichtbaar voor wie in de schemer door de verlichte ramen naar binnen gluurt. En onze wijkstraten staan opvallend veel Volvo’s V70 geparkeerd. Beschaafd en tweedehands (dat dan weer wel).
Zo’n wijk dus…
het mes van mijn oma
Samen werken aan het Rijswijk van straks
Interview met Marloes Borsboom-Turabaz, lijsttrekker voor GroenLinks in Rijswijk
Stille Feestdagen
Ze begon spontaan een gesprek. We stonden beiden te wachten voor het stoplicht. Sommige mensen kom je zo geregeld tegen dat je het gevoel hebt elkaar te kennen. Maar dat is alleen van gezicht. Je zou niet weten hoe ze heten. Dat gold ook voor haar, een kleinere, vrij tengere buurtbewoonster op leeftijd. Op haar rollator een lichtblauw-met-wit-gespikkelde fietsbel. In het mandje een doorzichtige draagtas met kleurige knotten wol. De handwerkwinkel hield uitverkoop, ze had nog het een en ander voordelig aangeschaft.
Bij de buren is een kleintje geboren. Ze leeft mee met het jonge gezin, vindt het heerlijk om die kinderstemmen in de tuin te horen. Graag heeft ze wat om handen, daarom gaat ze een babytruitje breien Geraniums, ze heeft er altijd al een hekel aan gehad. Moet er niet aan denken om er achter te gaan zitten, al heeft ze er de leeftijd voor.
Ze wees naar mijn hond. Haar eigen hondje was er niet meer. Zestien jaar was hij geworden, een mooie leeftijd, maar het gemis is groot. Daarom had ze twee weken geleden een taxi gebeld en zich naar het asiel laten brengen. En weer naar huis. Mét een nieuwe huisgenoot, een zwarte kater met een witte snor. Zijn baasje was naar het verpleeghuis en kon niet meer voor hem zorgen. Het is een allerliefst beestje dat haar de hele dag achterna loopt en spinnend op een kussen naast haar op de bank ligt.
Oude vriendinnen spreekt ze alleen nog aan de telefoon. Niemand neemt nog zelfstandig de tram en de trein om buiten de stad op bezoek te gaan. Allemaal zijn ze afhankelijk geworden van goedwillende zonen, dochters en nichtjes die een dag vrij kunnen nemen uit hun drukke bestaan om hen bij elkaar te brengen. Wat goed dat u zo goed alleen kunt zijn, had haar schoondochter laatst nog bewonderend gezegd. In hetzelfde telefoongesprek waarin ze meldde dat ze met Dirk-Jan en hun beide kinderen met de Feestdagen gingen skiën. Ze hadden zo hard gewerkt, ze namen het ervan. Voor de scholen weer begonnen, zouden ze zeker een dagje op bezoek komen om met oma het nieuwe jaar in te luiden.
We waren allang aan de overkant van de straat beland, hielden stil. Ze vertelde over vroeger, toen de keuken op eerste Kerstdag het domein van haar man was. Verboden terrein voor de rest van het gezin. Dan mengden de geuren in huis zich: van de kerststol, de stoofschotels, de traditionele custardpudding en de hoge met rode en zilveren ballen versierde kerstboom. Dat was een mooie traditie. Toen liep ze verder. Met haar knotten wol naar haar kat. Stille feestdagen tegemoet.
Gaan we tuinen?
column voor onze wijkkrant Leeuwendeel
wijkkrant
Zicht op…
Vaak staat hij aan de kade, vlakbij de brug over de rivier. De ijzeren constructie doet hem denken aan de bogen van de Eiffeltoren. Keer op keer bestudeerde hij de foto’s in een beduimeld geraakt buitenlands tijdschrift.
Later gaat hij ook op reis. Op een dag zal hij de hoogstnoodzakelijke spullen bij elkaar pakken. Wat kleren. Een boek. De huisdeur achter zich dichttrekken en het talud naar de brug opklimmen. Het zelf gemaakte bordje goed duidelijk omhoog houden en zijn duim opsteken. Een vrachtwagenchauffeur neemt hem mee. Hij moet toch die kant op. Parijs. Dan zal zijn vertrouwde stad met de markante kerktoren langzaam uit het zicht verdwijnen.
1930: In de Kikker naar Zandvoort
fragment uit mijn familieboek (klik op de link hieronder om het PDF-bestand te downloaden)