Taskforce Kindermishandeling en seksueel misbruik
presenteert Werkplan en Monitor: ‘Wij willen een buitenboordmotor zijn’
Het Kinderboekenmuseum (Den Haag) creëert een veilige wereld. Met aansprekende kinderhelden als Kikker en Pluk van de Petteflat. En de verhalen waarin spoken, heksen en zeerovers de hoofdrol spelen, lopen altijd goed af. In dat decor en op de Internationale Dag van de Rechten van het Kind presenteerde de Taskforce Kindermishandeling en seksueel misbruik zijn Werkplan en Monitor. Voorzitter Eberhard van der Laan overhandigde de eerste exemplaren aan minister Ivo Opstelten van Veiligheid en Justitie (VenJ) en staatssecretaris Martin van Rijn van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).
‘Het hoort de normaalste zaak van de wereld te zijn dat een kind in veiligheid opgroeit,’ aldus Taskforce-lid Diana Monissen (voorzitter Raad van Bestuur van De Friesland zorgverzekeraar) in haar inleiding. Maar de werkelijkheid is anders. Jaarlijks krijgen 120.000 kinderen te maken met mishandeling, waarvan 3000 ook nog eens het slachtoffer worden van seksueel misbruik. De zaak Robert M., de bevindingen van de Commissies Deetman en Samson liggen ieder vers in het geheugen. Precies een jaar geleden – eind november 2011 – maakten de bewindslieden VenJ en VWS het “Actieplan aanpak Kindermishandeling 2012-2016, Kinderen Veilig” bekend. Daarin was opgenomen het oprichten van deze Taskforce.
Buitenboordmotor voor 32 acties
De Taskforce bestaat uit 7 ambassadeurs (waaronder een kinderarts, wethouder, vertegenwoordigers van politie, Openbaar Ministerie en Jeugdzorg). Er zijn drie speerpunten geformuleerd: seksueel misbruik, preventie en multidisciplinaire samenwerking. ‘Aan beleidsvoornemens is geen gebrek. Daarom zijn wij een “doenerige” Taskforce. Onze taak is het aanjagen van het bestaande Actieplan, “als een buitenboordmotor”. Nee, wij gaan niet jullie werk overnemen, nemen evenmin de verantwoordelijkheid van ministeries over,’ zo houden zij het aanwezige publiek voor dat uit alle hoeken van het werkveld voor deze presentatie naar Den Haag kwam. De Taskforce wil ‘op zoek gaan naar belemmeringen in de praktijk, obstakels wegnemen, oplossingen aanreiken, partijen bij elkaar brengen, best practises bundelen.’ De Taskforce-leden willen vanuit de eigen disciplines voeling houden met het veld en van daaruit input leveren aan ministeries.

Een retorisch probleem
De aanwezigen geven alvast een voorzetje. Een veelgehoorde klacht is het gebrek aan infrastructuur voor de aanpak van multi-probleemgezinnen. ‘O, er zijn gezinnen die kwetsbaar zijn en een hoog risico lopen. Iedereen weet dat. Toch wachten we tot er een crisis is voor we hulp inzetten. We hoppen als professionals van crisis naar crisis. Als het nog niet erg genoeg is, komt niemand in actie,’ verzucht een medewerker uit de Jeugdzorg. ‘De financiering is te zeer versnipperd. Bij kindermishandeling is er vaak niks mis met het kind, maar met de ouders. Investeer dus in de relatie tussen de ouders. Maar uit welk potje moet je die hulp betalen?’ vraagt een collega zich af. ‘Onderzoek naar de doodsoorzaak van minderjarigen is wettelijk geregeld. Maar multidisciplinair onderzoek naar een probleemgezin stuit vaak op privacy-bezwaren. Dat is een retorisch probleem,’ beaamt Taskforce-voorzitter Eberhard van der Laan. “Aan de slag” is het terechte motto van de Taskforce. Men kan de mouwen opstropen.